Welke projecten komen in aanmerking ...
ďDe Stichting heeft ten doel het bevorderen van culturele, sociale, educatieve en charitatieve activiteiten op het gebied van de sport en andere activiteiten van ideŽle aard, alsmede het doen van uitkeringen met een ideŽle of sociale strekking gericht op de regio Wildervank, Veendam, Stadskanaal, Beilen en Bellingwolde, alles in de ruimste zin des woordsĒ.

Dit alles zonder winstoogmerk en zonder het verlangen van een tegenprestatie.

Als klankbord van de samenleving wil de Stichting Wildervank Fonds slechts weinig zaken uitsluiten. Het soort initiatieven dat voor financiŽle steun van de Stichting Wildervank Fonds in aanmerking komt, mag dan ook heel divers en origineel van opzet zijn. Projecten met een sociaal-maatschappelijke of ideŽle inslag, dan wel concreet gericht op kunst, sport, gezondheid, educatie, recreatie of natuur en milieu kunnen voor steun bij het Fonds terecht.

Een aanvraag bij de Stichting Wildervank Fonds moet altijd projectgebonden zijn en er moet aanwijsbaar sprake zijn van onvoldoende vermogen. Voorwaarde is verder dat de initiatieven zich richten op de regio Wildervank, Veendam, Stadskanaal, Beilen en Bellingwolde en een looptijd hebben van maximaal vier jaar. Uiteraard moeten ze van algemeen belang zijn voor de regio en geen commercieel karakter; hetgeen onder meer betekent dat zij hoofdzakelijk dienen te worden uitgevoerd door betrokken vrijwilligers.
... en welke niet
Hoewel de Stichting Wildervank Fonds open staat voor een grote variŽteit aan initiatieven, wordt niet elke aanvraag in behandeling genomen.

De Stichting Wildervank Fonds geeft in principe geen steun aan:
  • individuen;
  • instellingen en projecten met een overwegend commerciŽle, politieke of religieuze doelstelling;
  • projecten die reeds in een vergevorderd stadium verkeren;
  • instellingen die een aanvraag indienen ter dekking van exploitatie- en / of overheadkosten;
  • overheden of overheidsinstellingen;
  • instellingen die uitsluitend een niet-projectgebonden aanvraag indienen;
  • instellingen die over een substantieel eigen vermogen beschikken;
  • instellingen, gevestigd buiten de genoemde regio's, tenzij het een instelling betreft met een bovenregionaal project dienstig aan een of meer van de vier genoemde regio's.